Page 16 - Geschiedenis van het Apeldoorns Kanaal
P. 16
11
Kanaalverhalen
Scheepsjager
Interview met oud-schipperszoon Geert Krikke, SAK, 2008
“Zoals men wellicht weet, is het Apeldoorns Kanaal in 1972 gesloten voor de scheepvaart. Zo’n 85 jaar geleden was er al iemand vóór de sluiting van het kanaal, namelijk mijn vader. Hij had een verschrikke- lijke hekel aan het kanaal. Van hem mocht het zelfs gedempt worden!
En waarom? Mijn vader was destijds 12 à 13 jaar oud en voer als knechtje bij mijn grootvader op het schip. Er werd van alles vervoerd, ook turf. Mijn grootvader kocht dan zijn schip vol turf en ging de turf in diverse plaat- sen uitventen. Er werd in zo’n plaats dan een handkar gehuurd en zo werden de turven langs de huizen ver- kocht. Daar was wel een vergunning voor nodig, die op het plaatselijke gemeentehuis gehaald moest worden. Als grootvader met zijn schip vol turf uit de Drentse venen kwam, ging het meestal via Zwolle naar de IJs- sel. In Katerveer werd naar buiten geschut en kwa- men ze op de IJssel.
Was Apeldoorn de bestemming, dan waren er twee mogelijkheden: slepen de IJssel op naar Dieren en vandaar via het kanaal naar Apeldoorn of via Hattem en het kanaal rechtstreeks naar Apeldoorn. Grootva- der koos voor de vaart via Hattem, want slepen naar Dieren kostte 4 gulden en dat kon zelf verdiend wor- den. Consequentie was dat mijn vader het schip door het kanaal moest trekken! Grootvader stond dan aan het roer een pijpje te roken en spoorde mijn vader aan: “Geert, als je goed doorstapt, zijn we vanavond nog in Heerde!” ’s Middags met etenstijd dacht mijn vader even rust te hebben, maar mooi niet! Hij kreeg een pak brood aan de wal gegooid en grootvader zei: “Onder het trekken kun je ook eten!” Ook dorst was geen reden tot stoppen. “Schep maar met de klomp water uit het kanaal”, zo sprak grootvader. Mijn vader heeft de sluiting van het kanaal niet meer meege- maakt. Ik heb begrip voor zijn antipathie tegen het ka- naal, maar van mij mag het weer geopend worden!”
“Ik had soms de tied niet um de klompen an te trekken”
Interview met Gerrie Janna Fiets, Gelders Dagblad, 13 augustus 1997
Wat Gerrie Janna Fiets vooral is bijgebleven van haar brugwachterstijd aan het Apeldoorns Kanaal, is het
ongeduld van sommige schippers “Ik hatter van die hoastmoakers die in ene moal wollen deurstomen, woar. En doarum had ik soms de tied niet um de klompen an te trekken. En ik wet ok nog goed dat- ter eentje was, zo’n klein driftig keerltjen, die bloasde van de ene brug alvast noar de andere. Foj, wat kon dat menneke bloazen!”
De aardigste herinneringen heeft Gerrie eigenlijk wel aan de pleziervaarders uit de laatste jaren van het eens zo bedrijvige kanaal Daar had zij contact mee Meer aanspraak “Ze hoefden niks te betoalen. Moar hoe groter de boot hoe rejoaler de fooi, woar. Want ze gooiden nog welis een gulden of een doalder op de kant. Soms stuukte die dan af. Foetsie de ploemp in. Doar duuk je niet zo rap achteran. Wel dan? Pech dus, niewoar!”
Gerrie Fiets komt van oorsprong tussen de grote ri- vieren vandaan Dat is aan haar gemoedelijke Betuw- se dialect goed te horen Ze werd in Tiel geboren Op haar 23e verhuisde ze naar Apeldoorn Van daaruit kwam in 1958 de eerste kanaalbrug voor haar in zicht waar ze mee te maken kreeg: de toenmalige houten Vemderbrug in Epe, inmiddels vervangen door een betonconstructie zoals helaas op meerdere plaatsen langs de unieke vaarroute het struikelblok voor alle scheepvaart geworden is Tien jaar later, nadat Rijks- waterstaat het noordelijk kanaalvak tussen Apeldoorn en Dieren gesloten had, trok Gerrie naar Lieren Ze kon er de Woudwegbrug overnemen van toenmalig brugwachter Schoonhoven
En daarmee kreeg het gezapige, maar toch niet zo gemakkelijke leventje van brug ophalen en neerlaten nog een verlengstuk van enkele jaren Een vrouw als brugwachter? Ja, Gerrie vindt dat niet zo vreemd Hoeveel vrouwen zijn er niet die al sinds jaar en dag
Woudwegbrug.
166
HOOFDSTUK 11

