Page 17 - Geschiedenis van het Apeldoorns Kanaal
P. 17
aan het stuurrad van een vrachtschip staan? Even- goed komt het vaak voor dat vrouwen een brug bedie- nen terwijl mannen alleen maar in naam als zodanig te boek staan “Mijn man Berend was feitelijk de pachter, maar ik deed het werk. Hij had andere dingen omhan- den. Vaak knap zwaar werk trouwens dat lieren. Voor- al als de wind op het brugdek vat had”, vertelt Gerrie “Een enorm gevaarte als hij zowat loodrecht de lucht in stond. Mensen uit die tied zullen het nog wel we- ten”. Bruggeld inzamelen van passerende schepen hoefde Gerrie niet Geen klompje aan een lange stok die je de schipper toestak Een niet onaardig ritueel trouwens, dat elders nog weleens onder de nodige hilariteit ondergaan wordt “Wij hadden daar gelukkig niks mee te doen”, zegt Gerrie. “De vrachtschippers hadden alle aandacht bij de nauwe doorvaart nodig. En dat was eigenlijk ook wel de reden dat ze weinig gelegenheid voor het maken van een proatje hadden. Wat dat betreft kon je beter sluiswachter zijn”.
(N b : Kanalen onder het beheer van Rijkswaterstaat waren en zijn vrij van brug- en sluisgelden)
Wacht houden bij een brug Lijkt het misschien leuker dan het is? Gerrie: “Laat ik eerst zeggen dat ik knap lange dagen moakte. Van zeven uur ’s morgens tot acht ’s oavonds. In de zomertied begon ik zelfs om zes uur. Ik moest de hele dag opletten of ik hoorde bloazen. Meestal zag ik ze wel aankomen. Je kriegt doar gevoel veur. Op tied opkieken”.
Gerrie had een gloeiende hekel aan mist, weet zij nog goed De seinlichten op de brug waren dan nog auwtjes of helemaal niet meer zichtbaar. “Wanneer er schepen van beide kanten kwamen moest ik goan waarschuwen. De wal op en langs. De schippers te- gemoet. Een aanvaring heb ik nooit meegemoakt. Wel ongelukken op de kanaalweg door het groeiende verkeer. Dat was soms heel slim”.
Als brugwachtster had je nog weleens aanloop van deze of gene Zeker bij een redelijk druk benutte ka- naalovergang als de Woudweg In de aan- en uitloop bovendien van de woonkernen Lieren en Beekber- gen Op een dag kwam een kantonnier langs Op de kof e, beter gezegd. Hij zorgde voor een anekdote. Gerrie was op dat moment met de kinderen bezig en er kwam een schip aan “Ik zal wel effe helpen”, bood hij aan “Blijf jij maar bij de kinders”. Het duurde niet lang of hij was al terug “Heb je ook een hark ergens?” vroeg hij Enige verbazing bij Gerrie “Een hark? Daar maak je toch geen brug mee open?” Wat bleek? De kantonnier had er niet bij gedacht de slin- ger van het brugmechaniek vast te zetten Deze was
te water gegaan en vervolgens naar de bodem van het kanaal afgedaald
Gerrie Fiets heeft nog jarenlang na de sluiting van het kanaal kof e geschonken op haar brugstekkie. Nu woont zij binnengaats, aan de Pastoriestraat in Lieren Daar hoort zij geen bloazen meer, of het zou van de stoomtrein moeten zijn...
“Ook als ik hoogzwanger was moest ik die brug draaien”
Interview met mevrouw Mossink-Bosgoed (90), Apeldoornse Courant, december 2000
Zij heeft vanaf haar huwelijk in 1934 aan het kanaal gewoond Eerst aan de Schobbertsbrug, toen aan een brug in Loenen en ten slotte aan de Welgelegenbrug in Apeldoorn Na hun hu- welijk nam haar man de betrekking als brugpachter/brugwaker over van zijn vader, die dat werk jarenlang had gedaan De brugpachter moest hetzelfde werk doen als een brugwachter, maar hij was niet in vaste dienst bij Rijkswaterstaat En dat had consequenties voor pensioen en dergelijke
Het maandsalaris bedroeg . 40, zodat haar man elders de kost moest verdienen en het draaien van de brug op haar neer kwam “Ook als ik hoogzwanger was, moest ik die brug draaien en dan soms nog voor schippers, die vonden dat ze te lang had- den moeten wachten en mij voor alles en nog wat uitscholden. Vooral die Groninger schippers hadden daar een handje van. Je moest altijd attent blijven op het geluid van een scheepshoorn. Ik herinner me nog, dat ze aan de brug grind losten met een transportband, die veel lawaai maakte. Mijn man werkte daar ook bij en we hadden afgesproken, dat hij een rode zakdoek bo- ven in de transportband vastmaakte als er een schip aankwam. In de oorlog gebeurde het nogal eens, dat we er ’s nachts door de Duitsers uitgetrommeld werden om de brug te draaien. Die voeren in verband met luchtaanvallen liefst ’s nachts. We had- den ook wel contact met die schippers als ze aan de brug lagen te lossen en we dronken over en weer kof e bij elkaar. Zo was er een schipper, die vaak met een schip vol kippengrit aan de brug lag, waar je in het roefje niet rechtop staan kon”.
Zowel in 1940 als in 1945 werd hun brug opgeblazen, waarbij vooral de tweede keer ook hun huis aanzienlijke schade opliep Na ongeveer 10 jaar aan de Schobbertsbrug werd de heer Mos- sink benoemd aan een brug in Loenen en ten slotte werd hij aangesteld als brugwachter van de elektrisch bediende Wel- gelegenbrug in Apeldoorn, een hele overgang na zoveel jaren handmatig draaien Hier was ook sprake van een dienstwoning (vanaf 2002 restaurant “De Brugwachter”) Bij de laatste brug- gen kreeg men ook een halve dag vrij in de week Er kwam dan een vervanger, meestal een kantonnier van Rijkswaterstaat
KANAALVERHALEN
167
Welgelegenbrug in Apeldoorn, de enige hefbrug over het kanaal, 1955.

